Een van de sleutelwerken is Figure décorative sur fond ornemental, geschilderd in Nice in 1925 en 1926. Matisse laat de afgebeelde vrouw vrijwel opgaan in de rijk gedecoreerde achtergrond. De grens tussen figuur en decoratie vervaagt, net als het traditionele onderscheid tussen schilderkunst en toegepaste decoratie. Juist dat decoratieve karakter leverde Matisse in zijn tijd kritiek op. Binnen de moderne kunst werd decoratie gemakkelijk als oppervlakkig beschouwd. Matisse maakte het juist tot een essentieel onderdeel van zijn onderzoek naar kleur, vorm en ruimte.
Een andere blik op de odalisk
De vrouw op het schilderij is een odalisk, een figuur die regelmatig terugkeert in het werk van Matisse. De manier waarop vrouwen in deze werken worden afgebeeld, roept vanuit hedendaags perspectief vragen op over de mannelijke blik en het vrouwenlichaam als object. Kunstenaar Zoulikha Bouabdellah reflecteert hierop in de tentoonstelling en catalogus. Daarmee wordt niet alleen gekeken naar de formele schoonheid van Matisses schilderijen, maar ook naar de culturele context waarin zijn beelden ontstonden.
Van zelfportret tot knipsels
Chez Matisse volgt de ontwikkeling van de kunstenaar vanaf zijn vroege Zelfportret uit 1900 tot zijn latere werk en iconische knipsels, die in de tentoonstelling in drukwerk zijn vertegenwoordigd. Naast schilder was Matisse beeldhouwer, tekenaar, graficus en boekillustrator. Kleur vormt daarbij een belangrijke rode draad. Zijn vrije omgang met kleur, vereenvoudiging van vormen en voortdurende experimenten met materiaal maakten hem tot een van de invloedrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw.