Duizenden draadjes en talloze kleuren: wandtapijten zijn metershoge kunstwerken om in te verdwijnen. In de tentoonstelling Wonder Walls waan je je in een andere wereld, omringd door een kleurrijk boslandschap. In de verte zie je heuvels, torens en kastelen. Tussen de bomen ontdek je bloemen en exotische vogels. Dit najaar zijn historische tapijten uit paleizen en kastelen in binnen- en buitenland voor één keer terug in de stad waar ze ooit op het weefgetouw lagen. Museum Gouda brengt ze samen in de eerste grote tentoonstelling in Nederland over deze bijzondere kunstvorm.
Weefgetouw Onbekende maker, 20e eeuw. Koninklijke Manufactuur De Wit, Mechelen
Weefgetouw Onbekende maker, 20e eeuw. Koninklijke Manufactuur De Wit, Mechelen
Wandtapijten waren eeuwenlang hét ultieme luxeproduct. Ze waren kostbaar en heel tijdrovend om te maken. Zo kostten de tapijten die Rafaël ontwierp voor de Sixtijnse Kapel vijf keer zoveel als Michelangelo’s geschilderde plafond. Gouda was het centrum van
deze weefkunst in de noordelijke Nederlanden, waar in de 17e eeuw zo’n 450 tapijtwerkers weefden voor opdrachtgevers uit binnen-
en buitenland.
Draadje voor draadje
Een wandtapijt van meters hoog werd gemaakt op een horizontaal weefgetouw, waarvan er ook een in de tentoonstelling te zien is. De wever spande eerst lange kettingdraden en bracht daartussen met kleine spoeltjes gekleurde draden van wol en zijde aan. Echt priegelwerk: gemiddeld kwam een wever niet verder dan de oppervlakte van een gebalde vuist per dag. De productie van een groot tapijt kostte dan ook vele maanden.
Gouda, stad van wandtapijten
Dat Gouda uitgroeide tot het centrum van de tapijtproductie in de noordelijke Nederlanden had alles te maken met de Vlaamse ambachtslieden die vanwege politieke en religieuze onrust naar het noorden vluchtten. Gouda verwelkomde hen met open armen: wie zich in de stad vestigde, kreeg onder meer gratis poorterschap, belastingvoordelen en zelfs huisvesting. Ook de leegstaande kloosters kwamen goed van pas. Na de Reformatie waren grote ruimtes beschikbaar voor de enorme weefgetouwen, van soms wel vier meter breed. Zo ontstond een bloeiende tapijtindustrie.
Trouwtapijt: meesterwerk van een vergeten vrouw
Het stadsbestuur van Gouda kocht eind 16e eeuw al de eerste stukken voor het stadhuis. In de tentoonstelling is een monumentaal tapijt te zien dat sindsdien in het Goudse stadhuis hangt. Tot op de dag van vandaag vormt het ruim tien meter lange boslandschap het vaste decor voor veel Goudse bruiloften. Dit jaar ondergaat het stadhuis een grote renovatie en wordt ook dit geliefde wandtapijt gerestaureerd. Bij hoge uitzondering komt het naar Museum Gouda, om daarna weer voor de komende eeuwen terug te keren naar zijn vertrouwde plek. Opmerkelijk detail is dat dit landschap eeuwenlang werd toegeschreven aan een mannelijke wever. Nieuw onderzoek heeft echter de ware maker onthuld: Jannetje Wouters (ca. 1640–1722). Zij ondertekende de bon met een kruisje, want schrijven kon ze niet. Toch leidde ze een weefatelier van wereldformaat. Haar meesterwerk is nu eenmalig in het museum te zien, tezamen met het opgedoken bewijsmateriaal uit de archieven.
‘De productie van een groot tapijt kostte vele maanden’
In het schemerduister van de zalen in Museum Gouda lichten de metershoge weefsels op, net zoals ze nog steeds paleizen en stadhuizen opluisteren. Belangrijke bruiklenen komen voor deze tentoonstelling uit onder meer Zweden en Frankrijk, maar ook uit Nederlandse collecties. Uit het indrukwekkende Slot Skokloster bij Stockholm keren tapijten voor het eerst in eeuwen terug naar Nederland. Uit het Rijksmuseum in Amsterdam komt het wandtapijt ‘Orestes’ wraak op Aegisthus’ (ca. 1650). Het tapijt maakt deel uit van een populaire zeldzame serie van vijf werken rond de klassieke verhalen van Orestes en Iphigeneia.
Luxe voor wie het zich kon veroorloven
De opdrachtgevers van de geweven schatten waren stadhouders, keurvorsten en zelfs het Zweedse koningshuis. Zo zagen we koning Willem-Alexander en koningin Máxima tijdens hun staatsbezoek aan Zweden voor een serie levensgrote wandtapijten staan die in Gouda zijn gemaakt. Lokale regenten lieten kussens maken met hun familiewapen, waarop ze letterlijk verheven zaten boven het gewone volk. Ook daar zijn voorbeelden van te zien in de tentoonstelling. Met als toegift een aantal hedendaagse ‘gildekussens’: een traditie die Museum Gouda samen met ontwerper Mina Abouzahra nieuw leven inblaast. Dit keer niet meer alleen voor de hoge heren maar voor de hedendaagse gilden: van sportclub tot buurtinitiatief krijgen ze een plek naast hun eeuwenoude tegenhangers.
De tentoonstelling Wonder
Walls - Geweven meesterwerken
is te zien t/m 29 maart 2027 in Museum Gouda
Weefgetouw Onbekende maker, 20e eeuw. Koninklijke Manufactuur De Wit, Mechelen
lees ook
A Wider Gaze: FOTODOK brengt tien perspectieven op Europa naar Parijs
Wat betekent het vandaag om Europeaan te zijn? In A Wider Gaze brengt FOTODOK tien kunstenaars en fotografen samen die Europa bekijken vanuit verschillende achtergronden, geschiedenissen en perspectieven.
Wat vertelt kleur over de wereld waarin we leven? In Humus Blues onderzoekt kunstenaar Otobong Nkanga de relatie tussen landschap, mens, grondstoffen en geschiedenis. Singer Laren presenteert de solotentoonstelling van 27 oktober 2026 tot en met 28 februari 2027, direct nadat Nkanga de Sikkens Prize 2026 in ontvangst heeft genomen.
Voor het eerst in ruim veertig jaar toont het Kröller-Müller Museum zijn volledige schilderijencollectie van Vincent van Gogh tegelijkertijd. Van Gogh, al onze schilderijen brengt 88 werken samen en is te zien tot en met 3 januari 2027.