Na een intensieve verbouwing opende het vernieuwde Stedelijk Museum Kampen onlangs zijn deuren voor het publiek. Het Historisch Raadhuis, waarin de hoofdlocatie van het museum zich bevindt, onderging een complete metamorfose. Niet alleen het gebouw werd aangepakt; ook de volledige vaste collectiepresentatie is radicaal veranderd. Directeur Nynke van der Wal: ‘Voor mensen die hier in het verleden zijn geweest, zal het museum bijna onherkenbaar zijn!’
Stedelijk Museum Kampen beheert een rijke historische en hedendaagse collectie van zo’n 10.000 objecten. De grote uitdaging was om de geschiedenis van Kampen op een verrassende wijze naar het hier en nu te halen. Het museum doet dat door verhalen uit het verleden te verbinden met hedendaagse kunst en design: duetten in de tijd. Daarbij wil het een museum zijn waarin iedereen zich vertegenwoordigd voelt, met ruimte voor verschillende perspectieven en verhalen die lang onderbelicht bleven.
Leven aan de IJssel
De vernieuwde route door het museum start in de adembenemende Schepenzaal uit 1545. Kosten noch moeite zijn gespaard om deze unieke ruimte in haar volle, eeuwenoude glorie te herstellen, inclusief de historische schouw. Ook bijzonder: deze ruimte is nu voor het eerst in haar geschiedenis toegankelijk gemaakt voor rolstoelgebruikers. Vanaf daar navigeert de bezoeker door naar de eerste nieuwe themazaal: Leven aan de IJssel. Hier staan de beroemde schilders Hendrik en Barent Avercamp centraal. De openingstentoonstelling van het museum is volledig aan hen gewijd, maar de Avercamps behouden ook daarna een vaste plek in de collectie. Van der Wal: ‘De Avercamps woonden en werkten lange tijd in Kampen. In veel van hun wintergezichten en tekeningen kun je nog steeds kenmerken van de stad herkennen. Dat deze meesterwerken destijds in dit specifieke gebied tot stand zijn gekomen, maken we in de tijdelijke tentoonstelling nog duidelijker zichtbaar.’
Spectaculaire Vrouwenkracht
Een van de meest opvallende nieuwe ruimtes is de zaal Vrouwenkracht. Hier claimt het museum een bijzonder stuk kunstgeschiedenis. Centraal staan twee vrouwelijke kunstenaars uit één gezin: Mechtelt toe Boecop en haar dochter Cornelia. Eind 16e en begin 17e eeuw maakten zij schilderijen van absolute topkwaliteit. Van der Wal: ‘Waarschijnlijk mochten ze destijds geen lid worden van het Sint-Lucasgilde omdat ze vrouw waren. Maar hun kwaliteit is ongelooflijk. We tonen onder meer twee hele grote Laatste Avondmalen en een Aanbidding der Herders uit 1572 van Mechtelt toe Boecop. Deze werken gaan nog vooraf aan Judith Leyster, die vaak als dé vrouwelijke pionier van de 17e eeuw wordt genoemd. ‘Dat we dit kunnen tonen, dat voelt echt wel spectaculair.’ Om de brug naar het heden te slaan, heeft het museum een sculptuur van de hedendaagse keramist Carolein Smit toegevoegd. Het is de bedoeling dat dit specifieke podium in de zaal jaarlijks wisselt, zodat er telkens een andere vrouwelijke kunstenaar van anno nu in de schijnwerpers staat.
Vensters op de stad
Naast thematische vernieuwingen heeft het museum ook letterlijk en figuurlijk de blik naar buiten gericht. Waar voorheen wanden voor de ramen stonden, zijn de vensters nu bewust opengewerkt. ‘Kampen heeft een prachtige, uitzonderlijk goed bewaarde historische binnenstad,’ vertelt Van der Wal. ‘Als je straks vanuit het museum naar buiten kijkt, voel je direct de historie van de stad waar dit Raadhuis al eeuwenlang onderdeel van is.’ Dit principe komt optimaal tot uiting in de nieuwe zaal Venster op Kampen, die uitkijkt op de monumentale Broederpoort. Dit wordt een dynamische ruimte vol kleinere stadsgeschiedenissen en wisselende thema's, zoals de impact van de 19e-eeuwse tabaksindustrie. Maar er is ook nadrukkelijk ruimte voor de schaduwzijden van het verleden, zoals de Kamperse sporen van het slavernijverleden. Zo toont het museum een speciaal portret van Iris Kensmil waarop Dientje wordt afgebeeld: een tot slaaf gemaakt meisje dat aan het begin van de 19e eeuw vanuit een voormalige kolonie naar Kampen werd meegebracht.
Volop nieuw werk te bewonderen
Overal in het nieuwe museum is iets te ontdekken: van in de zalen tot in de trappenhuizen. Voor de vernieuwde presentatie gaf het museum opdrachten aan meerdere kunstenaars. Zo maakte kunstenaarscollectief FreelingWaters de monumentale muurschildering Faux Marble Stairs in het historische trappenhuis, en creëerde Rogier Roeters een kleurrijke ingreep bij de nieuwe tweede entree. Christie van der Haak ontwierp een patroon voor wanden, tapijt en plafond in de zaal Door schoonheid omringd, en Erik van der Veen maakte illustraties bij de objecten van het Grootburgerweeshuis. Kunstfotografe Ursula van de Bunte legde met de fotocamera haar kijk op de geschiedenis van de Schepenzaal vast. Daarnaast is werk in bruikleen te zien van onder anderen Tanja Ritterbex, Carolein Smit, Cécile Verwaaijen, Couzijn van Leeuwen en Bernard Heesen.
Wat betekent het vandaag om Europeaan te zijn? In A Wider Gaze brengt FOTODOK tien kunstenaars en fotografen samen die Europa bekijken vanuit verschillende achtergronden, geschiedenissen en perspectieven.
Wat vertelt kleur over de wereld waarin we leven? In Humus Blues onderzoekt kunstenaar Otobong Nkanga de relatie tussen landschap, mens, grondstoffen en geschiedenis. Singer Laren presenteert de solotentoonstelling van 27 oktober 2026 tot en met 28 februari 2027, direct nadat Nkanga de Sikkens Prize 2026 in ontvangst heeft genomen.
Voor het eerst in ruim veertig jaar toont het Kröller-Müller Museum zijn volledige schilderijencollectie van Vincent van Gogh tegelijkertijd. Van Gogh, al onze schilderijen brengt 88 werken samen en is te zien tot en met 3 januari 2027.