Schilderen voor de aidsbestrijding

Peter Munnik (1951) schildert al sinds de jaren tachtig, met een voorliefde voor portretten, abstracte doeken, mannelijke naakt en landschappen. De stijl van Munnik kenmerkt zich door zijn uitgesproken kleurgebruik en samenspel van tinten. Dit geeft het werk een bijzondere zeggingskracht en sfeer. Toen Peter als kunstschilder begon, werd de wereld opgeschrikt door een mysterieuze, dodelijke ziekte. Door aids verloor de Deventer kunstenaar mensen uit zijn naaste omgeving. ‘Hiv had toen, net als corona nu, een grote impact op het leven. In Nederland hebben we de aidsbestrijding en de behandeling van hiv inmiddels goed voor elkaar. Wij krijgen gewoon onze medicijnen. Maar elders in de wereld, bijvoorbeeld in landen in Afrika, gebeurt dat niet. Dat gaat mij enorm aan het hart.’ Daarom veilt Peter Munnik vijfentwintig van zijn werken voor de aidsbestrijding. Online bieden kan van 16 tot 23 oktober op Catawiki. De opbrengst gaat naar Aidsfonds.
 
De angst voor hiv en aids bestaat nog altijd’, merkt Peter op. Bij veel mensen is helaas niet bekend dat je hiv niet kunt doorgeven aan een ander als je medicijnenneemt. Hiv zou allang vrij bespreekbaar moeten zijn.’ Twee jaar geleden overleed de vriend van Peter, geheel onverwacht.Daardoor besloot ik zelf het één en ander goed te gaan regelen. Ik dacht na over mijn nalatenschap aan de aidsbestrijding. Vervolgens besefte ik me dat mijn bijdrage juist nu hard nodig is. Daarom veil ik bij leven een selectie van mijn werk.’
 
Over het werk
In de abstracte schilderijen vol kleur van Peter Munnik is meestal iets figuratiefs te ontdekken. Een belangrijk thema in zijn werk is de mens met zijn emoties en de interactie met anderen. Munnik’s kunstwerken prikkelen de fantasie en geven de toeschouwer ruimte voor een eigen interpretatie. ‘Kleur is voor mij erg belangrijk, dat bepaalt de sfeer van een doek,’ zegt Peter hierover. Het komt daarom wel eens voor dat mensen mijn werk erg vrolijk vinden en minder oog hebben voor onderliggende thema’s.Ik vind dat niet erg. Mensen mogen in een werk zien wat ze willen zien en vaak zie ik dat mijn werk hen uitnodigt om nog eens extra goed te kijken.’