Het eerste deel van een drieluik over het Nederlandse koningshuis

Het is vrijdag 11 september 1840. Koning Willem I leest in zijn werkkamer op paleis Noordeinde de avondkrant waarin het verslag staat van de bijzondere zitting van de Tweede Kamer. Er is gestemd over een nieuwe grondwet. Hoewel de stemming hem niet onmiddellijk tot aftreden dwingt, is het wel een duidelijk signaal. Er wordt aan de poten van de koninklijke macht gezaagd, door leden van het parlement in het openbaar, door zijn zoon en troonopvolger in de wandelgangen.

De avond gaat over in de nacht, de koning blijft in zijn werkkamer en hij beveelt zijn kamerheer hem zijn kroon te brengen. In de donkerste uren, tussen waken en slapen in, wordt hij geconfronteerd met geesten van overledenen en keuzes uit het verleden. Ondertussen schrijft hij zijn geliefde, Henriette d’Oultremont, de hofdame van zijn overleden vrouw, een brief waarin hij haar een onmogelijke keuze voorlegt: zijn koninkrijk of een huwelijk met haar?

Ik, alleen, een koningsdrama, is het eerste deel van een drieluik over de monarchie onder de koningen Willem I, II en III.

Over de auteur
Sophie Zijlstra (1967) studeerde Sinologie en was docent Chinese taal en cultuur. Ze schreef onlangs een pamflet over het onderwijs: Het kind en de rekening. Ze debuteerde met het veelgeprezen Mevrouw Couperus (2007), waarvan vijf drukken verschenen, gevolgd door het lovend besproken Potifars vrouw en Margot, een opzienbarende roman over het zusje van Anne Frank. Haar vorige roman, De verlossing van Liesbeth Bede, verscheen in 2016.

Uitgeverij Querido | 9789021419428 |€ 20 | Verschijnt 11 augustus 2020