Sophie Steengracht

Tekst Vanessa Evert
Beeld Sophie Steengracht

Sophie Steengracht (1991) studeerde grafische technieken aan de Scuola Lorenzo de Medici in Florence en voltooide in 2015 de vierjarige opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. In 2018 won zij de prestigieuze Van Vlissingen Art Foundation Grant, die haar de gelegenheid gaf te reizen in het Manu Biosfeerreservaat van Peru, waar zij inspiratie opdeed voor een serie tekeningen, foto’s, etsen en schilderijen, die werden tentoongesteld in het Singer Museum Laren. Ook verscheen over haar reis en werk een boek bij Waanders Uitgevers. ‘Lang geleden hadden mijn vader en ik een gesprek over de natuur, over de manier waarop alles om ons heen een bepaalde harmonie heeft en over de orde in de chaos, die je bijvoorbeeld ziet in de prachtige symmetrie van planten. Als er iets is waar ik in geloof en een thema waar ik steeds bij terug kom, dan is het die mysterieuze harmonie.’ Als kind al ontwikkelde Sophie Steengracht een sterke affiniteit met de natuur om haar heen op het Utrechtse platteland, maar ze werd zich ook al vroeg bewust van de onlosmakelijkheid van leven en dood en het gegeven dat alles zich constant transformeert. Van haar grootmoeder leerde ze kijken – ‘Steeds was het: “Kijk!” en dan vroeg ik me af waarom ik dáár nou weer naar moest kijken…’ – maar jong geleerd is oud gedaan en ze begon ook al vroeg met tekenen. Ze nam dat serieus, deed klassieke oefeningen zoals een voorwerp tekenen zonder je potlood op te tillen of zonder naar je papier te kijken, ‘terwijl mijn jongere zusje toen bijvoorbeeld veel expressiever bezig was.’ Later vond ze een mentrix in de kunstenaar en auteur Pauline van Lynden, met wie ze gesprekken had over inspiratie en die haar er nog steeds bij tijd en wijlen aan herinnert dat inspiratie altijd een kwestie van werken is, een confrontatie met jezelf die je steeds weer aan moet gaan om tot nieuw, fris, “echt” resultaat te komen.

Tijdens en na haar studie reisde Steengracht onder andere in Indonesië, India en Nepal. Ze raakte steeds meer gefascineerd door mythologie, dromen, filosofieën zoals het animisme, het idee dat alles een ziel heeft, en manieren waarop kunst onze perceptie kan veranderen. Ze sloot zich aan bij het Earth Issue in Londen, een collectief dat op de grens van beeldende kunst en milieuactivisme werkt, en raakte geïnteresseerd in land art, waarbij een kunstenaar een landschap aanpast om de invloed van de mens op zijn omgeving te verkennen. ‘Het roept een interessante vraag op: waar ligt de grens tussen het geheel verstoren en een deel van het geheel zijn?’ Ook houdt ze veel van street art. Zo maakte ze eerder muurschilderingen in India, in Portugal en in Amsterdam.

Over het Manu Biosfeerreservaat had Steengracht al gelezen voordat Vincent Mock, een voormalig winnaar van de Van Vlissingen Art Foundation Grant, haar in contact bracht met een primatologe bij een van de weinige organisaties die bezoekers in dit reservaat mogen rondleiden. Het is een gebied met een vrijwel ongeëvenaarde biodiversiteit, gelegen op de hellingen en langs de oevers van de Rio Alto Madre de Dios en de Rio Manu, ten oosten van Cusco. Voor Steengracht was dit een plek waar zij uitzonderlijk veel nieuwe vormen, kleuren en texturen zou kunnen verkennen. Daarbij trok de cultuur van de inheemse bevolking haar sterk aan, al eeuwen in evenwicht met haar omgeving, grotendeels zonder contact met de Westerse beschaving.

Haar reis begon op bijna 4.000 meter hoogte. Met een kleine groep betrad ze de Madre de Dios-vallei via een hoge pas om van daaruit af te dalen. Iedere paar honderd meter hoogteverschil diende zich een nieuw microklimaat aan met steeds een nieuwe rijkdom aan gewassen en diersoorten. Tussen de 2.500 en 1.000 meter hoogte ligt het zogenaamde cloud forest. Hier hangt een permanente dikke mist, gevormd door de warme, vochtige lucht uit het Amazonebassin die de koude massa van het Andesgebergte raakt. Het binnengaan van deze nevelwereld is, zoals Steengracht vertelt, ‘bizar, je loopt letterlijk een wolk in en dan niet van onderen van maar boven, en het is zó nat!’ Boven de nevels ligt het elfin forest, het elfenbos, waarin de begroeiing nog vrij laag en droog is en bedekt wordt door allerlei mossen in groene, grijze, donkerrode en gele tinten, als een soort haar. Onderin de vallei bevindt zich het lowland forest, waar het warm en zompig is en waar alles snel rot. Maar het is met name het cloud forest dat diepe indruk op Steengracht maakt. Het is een wereld waarin alles boven op elkaar leeft, de ene keer parasitair, de andere keer epifytisch, waarin een enkele boom al een soort botanische tuin vormt, de basis voor een hele keten aan organismes. Nieuwe plant- en diersoorten ontwikkelen zich er snel, maar door de kleine toleranties die typisch zijn voor tropische soorten overleven ze veranderingen in hun ecosysteem ook moeilijk. Biologen houden het komen en gaan maar nauwelijks bij. Ondertussen is het voor een kunstenaarsoog een overweldigende ervaring. Vlinders, vogels, manshoge varens, ontelbare orchideeën en bromelia’s, blauwe wespen, gele sprinkhanen, goud glinsterende cocons – flitsen van felle kleuren in een zee van extreem groen.

Steengracht heeft overdag weinig kans om te tekenen, maar ze schiet veel foto’s en ’s avonds maakt ze schetsen en aantekeningen. Een van de dingen die haar steeds opvallen is hoe het grote het kleine reflecteert en andersom. Een cirkel van mos op een boombast ziet eruit als een luchtfoto van een meer. Een kaart van de Manurivier met al zijn zijtakken zou net zo goed een blad met nerven kunnen zijn. Kleine witte paddestoelen groeien als sterrenhemels op donker hout en een plant die Sophie aan een hemellichaam doet denken, blijkt er een te zijn die de lokale sjamaan gebruikt ‘om dichter bij het heelal te komen’.

’s Nachts fotografeert Steengracht de Melkweg en de Eta Carinae nebula, waarbij ze de overhangende bomen bijlicht met een koplampje. In de verte brommen brulapen als vliegtuigen en er klinkt gekras van punkachtige vogels zoals de hoatzin en de cock-of-the-rock. Wanneer ze op een dag eindelijk rustig kan zitten tekenen bij de rivier, waarin paca’s en gigantische otters zwemmen, hoort ze ineens een vreemd geluid vlakbij haar oor, terwijl er daar niets te zien is. Later suggereert de gids dat dit de Chullachaqui moet zijn geweest, een soort dwerg die volgens de Machiguenga, (het volk dat loopt), één mensenvoet heeft en een dierenpoot en die, vermomd als een geliefde of bekende, een reiziger ernstig kan doen verdwalen. Diep in de jungle, in de roes van al het nieuws, zou het Steengracht niet verbazen. En dan kom je met een maand indrukken terug in je atelier in Nederland. Met honderden foto’s, twee schetsboeken, een paar zorgvuldig bewaarde vlindervleugels en een horzel-ei dat door een mug onder je huid is geprikt. Dan volgt een nieuwe tocht, de vertaling van al die indrukken in kunst. Voor Steengracht was het meteen duidelijk dat ze etsen wilde maken. ‘Alleen met de etsnaald kan ik de scherpte van bijvoorbeeld de prachtige nerfpatronen echt goed weergeven.’ Daarbij houdt ze veel van aquatint als techniek omdat hiermee heel subtiele gradaties van licht en schaduw kunnen worden aangebracht. Met haar foto’s maakt ze mood boards en definieert ze thema’s om verder uit te werken. Al gauw is ze ook aan het schilderen: intens gekleurde ondergronden van acryl, waar ze met olieverf overheen zal gaan. En ze gaat op zoek naar pigmenten van bepaalde planten.

Het werk dat uit de reis voortvloeit krijgt iets van een sprookje en is tegelijk stevig geworteld in de realiteit van de natuur. Ondertussen groeit ook de kunstenaar door, merkt zij dat ze steeds meer geïnteresseerd raakt in ritmes en patronen die zich herhalen in alles van veren tot schubben, van bladeren tot vlinders. En er blijft zich een verlangen ontwikkelen naar meer technieken en kunstvormen. Voor haar eerste expositie met de Duits-Nederlandse groep Just Shout dit jaar laste ze een grote metalen cocon, verlicht van binnen. Al werkend ontpopt zich een veelzijdig kunstenaar.