Bosrijke zomertentoonstelling in het Van Gogh Museum

Fotobijschrift: Overzicht van de tentoonstelling Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos. Foto: Luuk Kramer

Onder de titel Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos brengt het Van Gogh Museum deze zomer minder bekende schilderijen van bosgezichten en landschappen van Vincent van Gogh samen met het werk van Franse landschapschilders als Théodore Rousseau en Camille Corot. De tentoonstelling gaat in op een onderbelicht aspect van Van Goghs werk en laat zien hoe zijn kijk op de natuur mede werd gevormd door de kunstenaars van de School van Barbizon. Deze schilders waren vernieuwend door hun weergave van de natuur in een losse schildertechniek, bijvoorbeeld in landschappen van het bos Fontainebleau, vlakbij het dorp Barbizon even ten zuiden van Parijs.

[Fotobijschrift: Overzicht van de tentoonstelling Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos. Foto: Luuk Kramer]

De tentoonstelling Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos bevat 34 werken uit het Van Gogh Museum en De Mesdag Collectie en daarnaast drie bijzondere bruiklenen:Zonsondergang bij Montmajour (het meest recent ontdekte schilderij van Van Gogh), Knotberk uit de collectie van Van Lanschot en Verwaaide bomen bij Loosduinen, een schilderij uit een privécollectie waarin met het blote oog vingerafdrukken van Van Gogh te zien zijn. In de zomer, onder meer tijdens Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos, is het museum ook op zaterdagavond open.

Ongeïdealiseerde verbeelding van de natuur
Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos toont bosgezichten van Vincent van Gogh in de context van schilderijen van de School van Barbizon. Tot de jaren dertig van de 19de eeuw was het gebruikelijk voor kunstenaars om in het atelier te schilderen; buiten werden vooral schetsen gemaakt. Halverwege de negentiende eeuw kwam hier verandering in en trokken landschapschilders steeds vaker naar buiten om in de vrije natuur te werken en daar de ongerepte natuur vast te leggen.
Zo trokken kunstenaars als Théodore Rousseau (1812-1867) en Camille Corot (1796-1875) naar het dorp Barbizon om daar in het oude bos van Fontainebleau te schilderen. In dit bos was nog het ruige, ongecultiveerde landschap te vinden dat de kunstenaars graag schilderden zoals het voor hun ogen verscheen, met steeds veranderende stemmingen en lichteffecten.
Deze schilders waren met hun ongeïdealiseerde verbeelding van de natuur en losse schildertechniek zeer vernieuwend. Bomen, begroeiing en het spel van licht en schaduw op het gebladerte en de grond vormden voortaan een op zichzelf staand onderwerp. Dit nieuwe type landschap in de kunst werd ‘sous-bois’ (bosgezicht) genoemd en kreeg veel navolging.

Inspiratie voor Van Gogh
Ook Van Gogh was een groot bewonderaar van de Franse schilders van Barbizon en hun oprechte en persoonlijke weergave van het landschap. In hun werk herkende hij zijn eigen beleving van de natuur. Van kinds af aan had hij wandeltochten langs akkers en door bossen gemaakt, waardoor hij een levenslange liefde voor de natuur ontwikkelde. Voor Van Gogh waren kunst en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om als kunstenaar de natuur écht te kennen en te begrijpen moest je er middenin werken. Op het platteland vond hij zijn inspiratie, rust en troost. Hij ging ook graag het bos in om bomen, bosgrond en kreupelhout te schilderen, direct naar de natuur.

Een stemming oproepen
Van Gogh probeerde in zijn bosgezichten een gevoel of stemming over te brengen. Hij wilde het bos schilderen op zo’n manier dat “men er in ademen en rondwandelen kan – en het bosch ruikt”. Tijdens zijn verblijf in Parijs schilderde Van Gogh in Asnières, dat net buiten Parijs lag, een reeks bosgezichten waarin hij naar voorbeeld van de impressionisten heldere kleuren gebruikte en een losse penseelstreek. Met veel snelle verftoetsen wist hij de sfeer op te roepen van een zonnige dag in het bos, bijvoorbeeld in Bospad (1887, Van Gogh Museum).
Ook in latere periodes richtte Van Gogh zijn blik vaak op bomen, bosgrond en kreupelhout. Zo schilderde hij in de grote, verwilderde tuin van de inrichting in Saint-Rémy de met klimop begroeide boomstammen. Zijn allerlaatste werk, geschilderd in Auvers-sur-Oise, was een kleurrijk schilderij van grillige boomwortels.
 
Bijzondere bruiklenen
In de tentoonstelling Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos zijn 13 schilderijen van Vincent van Gogh te zien, waarvan 10 uit de collectie van het Van Gogh Museum. Daarnaast bevat de presentatie 24 werken van andere kunstenaars uit het Van Gogh Museum en De Mesdag Collectie (Den Haag), waaronder landschappen van Théodore Rousseau, Jules Dupré, Camille Corot en Narcisse Diaz de la Peña.
Het schilderij Zonsondergang bij Montmajour (1888) van Vincent van Gogh keert voor deze tentoonstelling terug naar het Van Gogh Museum. Dit werk, dat tot een privécollectie behoort, werd in 2013 na uitgebreid kunsthistorisch en materiaal-technisch onderzoek toegeschreven aan Van Gogh en in het Van Gogh Museum gepresenteerd. Het is het meest recente schilderij dat aan Van Goghs oeuvre is toegevoegd.
Ook het schilderij Knotberk van Van Gogh uit 1885 uit de collectie van Van Lanschot maakt deel uit van deze zomerpresentatie. Het is voor het eerst dat dit werk in het Van Gogh Museum hangt. Verder wordt Verwaaide bomen bij Loosduinen (1883) uit een privécollectie getoond, een schilderij waar aan de rechter bovenkant vingerafdrukken van Van Gogh te zien zijn. Het schilderij leidde jarenlang een verborgen bestaan en wordt nu voor het eerst sinds 1904 weer tentoongesteld.

Verruimde openingstijden en inleidingen
Tijdens Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos is het museum langer open: van 14 juli t/m 3 september dagelijks van 9 tot 19 uur, op vrijdag tot 22 uur en op zaterdag tot 21 uur. In deze periode is het ook mogelijk om elke vrijdag en zaterdag om 19:30 uur een gratis inleiding op de tentoonstelling bij te wonen.

De tentoonstelling Van Gogh, Rousseau, Corot: In het bos wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de BankGiro Loterij.