50 jaar Rob Peetoom

Interview Claudia Koopman |Afkomstig uit archief Rob Peetoom

Geknipt voor de job

Op 16 april vierde Rob Peetoom (74) samen met achthonderd genodigden op grootse wijze zijn vijftigjarige jubileum. Driehonderdvijftig werknemers telt zijn internationale imperium inmiddels. Naast dertien Rob Peetoom salons in Nederland zijn er drie op Bali en op 16 oktober vorig jaar werd een grote salon in een eeuwenoude sodafabriek in Brooklyn, New York, geopend. Een terugblik met de man die het kappersvak in Nederland opnieuw modelleerde.

Zoals altijd gehuld in het zwart en met een brede lach, daalt the godfather van “goed haar” de trappen af van het hoofdkantoor van Rob Peetoom in de Sugar Factory in Halfweg. Drie verdiepingen telt het onderkomen in het monumentale pand, waar naast het kantoor en de RP Academy ook een studio gevestigd is, waar hijzelf de shoots voor het Rob Peetoom-magazine doet. Want Rob is niet alleen een begenadigd kapper en ondernemer, maar heeft zich ook de kunst van het fotograferen volledig zelf eigen gemaakt.

Over de enorme praktijkruimte op de tweede verdieping zegt hij: ‘Alles draait bij ons om kwaliteit, service en beleving. Om de beste service en kwaliteit te kunnen blijven bieden, moet er voortdurend getraind worden. In de Academy verzorgen wij de trainingen voor alle medewerkers van alle salons. Ook al heb je je diploma op zak, je begint bij ons altijd als New Talent. Je mag in de salons pas een schaar hanteren na het behalen van je interne examen. Vanaf dat moment ben je stylist en kun je doorgroeien naar Advanced Stylist en Topstylist. Een topstylist die ook jongeren traint is een Master.’‘Ik kom straks nog even bij je terug om te kijken of je het wel allemaal goed hebt gedaan,’ zegt hij tegen een van de trainees in de Academy. Driehonderdvijftig man staan er inmiddels op de loonlijst, maar Rob stelt zich eerder op als een supertrotse vader dan een businessmogul. Dat is hij ook in het echt: drie van zijn vier kinderen werken in het bedrijf. Zoon Alexander runt Rob Peetoom Amsterdam, dochter Rochelle is CEO van de hele organisatie en jongste dochter Savana bouwt aan het Peetoom-imperium in New York als US Director. Alleen oudste zoon Roger heeft het over een andere boeg gegooid: die is met een strandpaviljoen in Bloemendaal en diverse restaurants en een hotel in Amsterdam bezig een eigen horeca-imperium op te bouwen.

Watergolven

Een nieuw avontuur is de 400 m2 meter grote salon in booming Williamsburg, die evenals alle salons door architect Ruud van Oosterhout ingericht is. Maar eigenlijk laat Robs gehele loopbaan zich als één groot avontuur omschrijven. Hij werd jong van school gestuurd. Zijn broer werd thuis geknipt en omdat Rob dat een leuk idee vond – mensen veranderen door hun haar te veranderen – besloot hij de kappersopleiding te gaan doen. Het was geen liefde op het eerste gezicht: ‘Het eerste jaar vond ik afschuwelijk. Je sprak toentertijd ook niet over de kapsalon, maar de dameskapsalon. Er gingen namelijk alleen dames heen. Jonge mensen of mannen zag je niet. Het vak bestond uit watergolven, tegenkammen, haarlak erin en dan zat het een week, waarna men weer terugkwam om de hele riedel opnieuw te laten doen. Als leerling mocht ik het dan uitkammen. Dat was geen leuke klus en rook ook niet zo fris. Ik heb het een jaar volgehouden en ben vervolgens toen naar Stockholm gegaan, het Bali van die tijd zeg maar,’ zegt hij knipogend. ‘Daar schreef ik een brief naar mijn oude baas. Drie maanden later kreeg ik een brief dat ik altijd mocht terugkomen. Ik denk vooral omdat ik ook handig was. Mijn pa was timmerman en ik had ook een jaartje getimmerd. Hij had een luxere salon van drie verdiepingen en er stond 40 man, dus er was altijd iets wat gerepareerd moest worden. Naast in-house klusjesman ben ik daar na mijn terugkeer drie jaar kleurspecialist geweest.’

Swinging Sixties

Rob was niet alleen handig, een neus voor zaken had hij ook. Toen begin jaren zestig de suikerspinkapsels een rage werden en hij steeds meer goedkope kunstvezelpruiken uit China zag opduiken, besloot hij die te gaan verkopen op de Haarlemse Voorjaarsbeurs. ‘Ik verkocht dertig van die pruikjes, voor vier à vijf tientjes per stuk, aan een bus vol vrouwen uit Friesland. Die dingen waren niet aan te slepen.’ Maar de echte ommekeer kwam toen midden jaren ‘60 Vidal Sassoon met een revolutionaire manier van knippen kwam. Deze Londense kapper introduceerde een kapsel dat van nature perfect valt en geen producten nodig heeft om op zijn plek gehouden te worden. Het was niet alleen bevrijdend voor vrouwen, die nu zelf hun haar konden wassen en drogen, maar ook voor Rob, die zich naar Londen haastte om op Sassoons academie de techniek onder de knie te krijgen. Rob: ‘Voor die tijd was er helemaal geen techniek. Je maakte het hooguit wat korter, draaide de permanentrollers erin en klaar was je. Toen ik uit Londen terugkeerde was ik dus direct een ander soort kapper. Door de pruiken was ik al in beeld gekomen bij Libelle, die me hadden gevraagd om een pruikenserie te maken. Daarna ben ik steeds meer voor ze gaan doen. Dan werk je met een fotograaf en zo word je ineens een bekende kapper.’

Eerste salon

‘Op een gegeven moment vroeg een Haarlemse klant mij of ik niet iemand kende die in een salon in Santpoort wilde werken. Ik zei gelijk “ik” en noemde een voor die tijd ambitieus bedrag. Knippen kostte toen één gulden, maar daarmee kon ik mijn eigen salaris niet eens verdienen. Ik heb toen een prijsdiff erentiatie geïntroduceerd, zodat ik 2,50 kon vragen. Die prijsdiff erentiatie heeft uiteindelijk geresulteerd in de vijf verschillende tarieven, zoals vandaag de dag ook nog gehanteerd in de salons. Anderhalf jaar later kon ik de zaak overnemen. Ik was toen tweeëntwintig. In het begin stonden we er met twee man en woonde ik boven de salon. Uiteindelijk stonden er zestien man en ben ik verhuisd om extra ruimte te creëren.’

Te duur

In maart 1981 opende de Brinkmanpassage in Haarlem op de Grote Markt. Dat was heel spannend. Toen ik bij de ABN aanklopte voor een lening, zeiden die: “250.000 gulden voor de salon?! In Haarlem zitten al kappers genoeg, dat gaan we niet doen.” Ik moest ABP, de toenmalig eigenaar van de Brinkmanpassage, laten weten dat het niet ging. Toen stelden zij voor om voor mij te bankieren – in die tijd hadden pensioenfondsen nog geld en kon dat allemaal – en zo kreeg ik het benodigde startkapitaal. Ik moest heel hard werken, want ik had een behoorlijke schuld. Ik ben begonnen met twee all-inprijzen, inclusief shampoo, lak en versteviging: 60 gulden voor mij, 50 voor de overige kappers. In het begin ging dat heel goed, maar daarna liep het terug. Men vond mij kennelijk voor Haarlemse begrippen toch te duur. Genoeg kapitaal in de regio, maar daar zat geen makkelijk handelsgeld bij, waar in de stad mee rondgestrooid werd. Toen ben ik gaan adverteren in de Zondagskrant: vier of acht pagina’s om te laten weten dat mensen ook konden komen voor enkel knippen. Vanaf dat moment ging het beter.’

Uitbreiden

Daarnaast deed ik overal ter wereld shows voor Intercoiff ure [red.: de exclusieve kappersorganisatie waartoe de beste kappers ter wereld behoren] en openden Fred Nieuwenhuijzen en ik samen in Leiden een salon en een afslankinstituut geopend, Figurella. Dat was een hartstikke goede formule, tegenwoordig heet het BBB geloof ik, maar nadat het Leidsch Dagblad zei dat het dure poespas was, konden we de tent opdoeken. Uiteindelijk hebben we de kapsalon ook verkocht aan Cosmo. Dat was het einde van mijn eerste en enige avontuur met een partner. Ik ging terug naar Haarlem, werd Artistiek Directeur van Intercoiff ure wereldwijd en zag wat er gebeurde in ons vak. Even gechargeerd: een kapper opent rond zijn of haar dertigste zijn eigen zaak. Het gaat voor de wind, ze worden ingehuurd als trainer, doen presentaties en dingen mee op competities. Op je 40e wil je continueren, maar dan neemt L’Oréal ineens een andere trainer in dienst. Dan word je 50 en dan gaan je kappers, die al tien jaar bij je werken, weg om hun eigen zaak te beginnen. De jongeren willen niet meer voor je werken, want je zaak zit niet meer in de lift, dus die laatste tien jaar versukkelt je salon. Ben Anjelier, de vroegere eigenaar van Cosmo, zei het zo: “Een kapper begint op een oude fi ets, koopt als zijn loopbaan in de lift zit een BMW en een Rolex en daarna zit hij weer op die oude fi ets.” Daar had ik dus geen zin in, maar een kapsalon is zó’n persoonlijk iets. Je moet er altijd zelf zijn, of iemand erin zetten die exact dezelfde filosofie heeft als jij. Mijn stijl was en is heel natuurlijk. Ik kijk wie er in de stoel zit: wie ben jij, hoe zie je eruit, wat vind je leuk? Toen dacht ik: als je bij mij getraind bent en bent opgeleid, gaan we samen een winkel beginnen [red.: Creative Directors bij Rob Peetoom runnen een eigen zaak]. Ik heb er heel bewust voor gekozen om van Rob Peetoom geen franchise te maken, wat wel gebruikelijk is. Dat is qua groei gunstiger, maar je kunt de kwaliteit veel minder goed bewaken. Ik wilde het niet riskeren mijn goede naam te verspelen door groei voorop te stellen. En zo ben ik in de jaren negentig gaan bouwen.’

Bali & New York

En dan kom je na vijftien salons in Nederlands ineens terecht op Bali? Lachend: ‘Nee hoor, Bali is te danken aan de economische hausse in de jaren negentig en de reislustige jongeren. Iedereen ging ineens een jaar ertussenuit. Ook bij mij in de salons kregen ze na vijf, zes jaar ineens reiskriebels. Maar wij investeren heel veel in de opleiding van ons personeel, dus dan doet het extra pijn als je ze ziet vertrekken en je niet weet of ze terugkomen. Dus toen bedacht ik: als ik een salon in Sydney open – waar mijn schoonouders wonen – dan kunnen ze daar een half jaar aan de slag en dan weer terugkomen. Alles was bijna in kannen en kruiken, toen het pand waar we ons wilden vestigen voor mijn neus werd weggekaapt. Achteraf gelukkig maar, want een paar jaar later was ik op Bali en ontdekte dat dat eigenlijk veel leuker is dan Sydney. New York is eigenlijk hetzelfde verhaal, maar dan met de buzz van een wereldstad. Wil je je goede mensen behouden, dan moet je ze wel wat te bieden hebben. In de eerste plaats bieden we hele goede doorgroei- en carrièremogelijkheden; je kunt uiteindelijk partner worden. Maar ook lang voor het zover is, gebeurt hier veel meer dan alleen knippen: je kunt voor bladen werken, shows doen, trainingen geven, participeren in de Libelle Zomerweek en de Vogue Beauty Nights…. en naar Bali of New York. Mits je uit het juiste hout gesneden bent. Het is een kans, geen vakantie. Het is de bedoeling dat die ervaring onze mensen verrijkt, zowel op mentaal als creatief en technisch vlak; daar hebben wij als bedrijf ook baat bij. In regel komt iedereen namelijk met een bak inspiratie en nog sterker gemotiveerd terug.’

Mensen

Nu klinkt goed zijn voor je men- sen misschien allemaal hartstikke logisch, maar toen ik net begon was het allemaal ikke, ikke, ikke. Maar ik heb me eigenlijk altijd afgevraagd: hoe kan het anders, hoe moet het anders en hoe werkt het? Ik vond het belangrijk mezelf te blijven ontwikkelen op creatief en zakelijk vlak. Het belangrijk- ste wat ik heb opgestoken is te vragen: wat vind jij? In plaats van: dit vind ik. Wat je namelijk op al die cursussen leert, is dat je zaak net zo goed is als je personeel. Dat is een raad die ik ter harte heb genomen.’ Deze strategie vertaalt zich uit in een enorme loyaliteit onder zijn werknemers. Ondertussen beschikt Rob Peetoom over vijftig Master Stylisten, waarvan het merendeel al meer dan tien jaar bij hem werkt. Rob: ‘Dat is niet alleen zakelijk een zegen, maar ook persoonlijk. Al die enthousiaste mensen en die creatieve energie houden me jong. Ik denk nog steeds dat ik vijftig ben, ik moet alleen niet in de spiegel kijken.’

Kans

Maar een groots opgezette onderneming als Rob Peetoom New York is natuurlijk niet enkel en alleen ingegeven als USP voor zijn personeel. ‘Natuurlijk zie ik het ook als een zakelijke kans. Ik heb veel masterclasses in de stad gegeven en zag dat er in ons vakgebied nog heel veel te winnen is. Niet alleen qua beleving, maar ook puur qua kwaliteit. Een Amerikaanse kapper gaat 900 uur naar de kappersschool en kan aan de slag. Bij ons begint in de salon de daadwerkelijke opleiding pas.’ En hoe reageren de New Yorkers tot dusver? ‘We zijn nu vooral bezig met het opbouwen van onze naam. Evenementjes bedenken om mensen binnen te krijgen. Want behalve kappers, expats en modellen kent niemand ons daar. Daarom hebben we een PR-bureau ingeschakeld dat ons hierbij helpt. We zitten nu op een derde van de beoogde omzet. Ik geef ons twee jaar om de boel helemaal strak te trekken.’ En daarna Peetooms door de hele stad? ‘Why not? Waar ter wereld je ook zit: het spelletje blijft hetzelfde. Het is niet zo dat we op Bali bijvoorbeeld ineens vlechtjes draaien en in New York korte coupes knippen. In de regel wil 90% van mijn klanten gewoon haar dat in goede conditie is en in een leuke coupe geknipt is. Dat is een kunst die wij tot in de puntjes beheersen. Maar je moet er wel aan trekken: als je binnen gaat zitten wachten gebeurt er niks. En over een lange adem beschikken, want in het begin moet er altijd geld bij. Gelukkig kan ik aardig rekenen. Ik geloof er heilig in dat we het in New York voor elkaar krijgen.’

Tegenslag

Maar toch, had hij niet liever zo aan de vooravond van zijn pensioen de broekriem al wat laten vieren, in plaats een dergelijk risicovol avontuur aan te gaan? Schouderophalend: ‘Ach, toen we de Elandsgracht in Amsterdam openden ging het net zo. We werkten daar met zijn veertienen en dan hadden we twee klanten. Stond iedereen zich in de keuken te vervelen. Ik zei: “Ga naar de Albert Heijn en haal ze binnen! Knip ze voor mijn part gratis, als je maar wat doet!” Ondertussen is dat onze grootste salon, zo niet de grootste salon van Nederland. Dat komt mede doordat de Bijenkorf Amsterdam ons zonder pardon op straat heeft gezet. Daar kan ik nog steeds niet over uit. Na dertien jaar moesten we er ineens weg. Het is natuurlijk ook geen Nederlandse onderneming meer, maar ik had nooit verwacht dat ze ons zouden wippen.’

Toekomst

Zo te horen denkt hij nog helemaal niet aan stoppen. Rob: ‘Dit jaar wordt het sowieso nog druk. We gaan in Utrecht twee winkels samenvoegen en in Hoorn wordt de winkel dubbel zo groot. Maar als ik Rochelle straks alle ins en outs heb geleerd, dan zou ik er misschien wel eens twee maanden tussenuit willen. Ik zou wel wat vaker willen golfen. Maar aan de andere kant vind ik het nog steeds veel te leuk. Ik heb nooit een dag gewerkt. Ik heb alleen maar gedaan wat ik leuk vind. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik in een hele mooie periode heb mogen leven. Daarmee doel ik niet alleen op materiële zaken, maar ook qua moment in de geschiedenis. Twintig jaar geleden nam ik deel aan een seminar waarin voorspeld werd hoe de wereld zou veranderen door techniek. Als je nu ziet wat er gebeurd is, dat is nauwelijks te bevatten. Vroeger thuis hadden we enkel een koude kraan, geen telefoon, geen tv. Het enige vlees dat we zagen was de gehaktbal op vrijdag en op zaterdag aten we broodpap. Je kreeg eens per jaar een stripboek en een cadeautje. Maar ik zie dit niet als een gemis, ik beschouw dit als een zegen. Hierdoor kan ik namelijk veel beter genieten van kleine dingen en heb ik geleerd wat werken is. Dat ik mezelf van niets omhoog heb weten te werken en nu aan het hoofd van mag staan van zo’n mooi bedrijf, daar geniet ik intens van.’

Oefening baart kunst

‘Vroeger oefende ik op mijn moeder. Ik werkte bij het postkantoor en had een krantenwijk, maar als ik even een momentje had, moest mijn moeder zitten en ging ik rollers draaien. Tegenwoordig willen mensen niet buiten hun school of werktijd trainen. Ze komen bij ons binnen en denken: leer mij knippen. Maar het kappersvak is een ambacht. Om de top te bereiken, daar gaan heel veel uren bloed, zweet en tranen in zitten. Maar jongeren zien influencers de wereld over gaan en leuke dingen doen en willen dat ook. Die groeien op met het idee dat likes belangrijker zijn dan skills. Terwijl ik vind dat skills, en niets anders, voor likes moeten zorgen. Maar ik ben van een andere generatie. Al fantaseer ik wel eens hoe het was gegaan als ik aan het begin van mijn carrière via social media advies had kunnen geven. Dan had ik misschien ook wel twee miljoen volgers gehad.’