De ‘Comeback’ van het Stedelijk


Mels Crouwel en Jan Benthem struinen door de nog ingepakte lege witte expositiezalen van het Stedelijk Museum. Hier en daar bespreken de twee architecten een onverwachte verassing die ze zijn tegengekomen tijdens de bouw. Dat is heel normaal. Complexere uitdagingen verlopen meestal soepel; het zijn juist de simpele zaken die de meeste vertraging veroorzaken. Het werk aan het prestigieuze project verloopt echter voorspoedig.


Tekst en fotografie Michael Klinkhamer

 

 Jan Benthem (links) en Mels Crouwel

 
De renovatie annex nieuwbouw van het Stedelijk Museum heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Gerenommeerde architecten sneuvelden tijdens de tumultueuze selectieprocedure, niet in het minst omdat heel Amsterdam zich met het project leek te bemoeien. Geen wonder: het historische museumgebouw van architect A.W. Weissman uit 1895 aan de Paulus Potterstraat is geliefd, onder meer vanwege zijn symmetrische opzet, centrale trappenhuis, monumentale zalen en het natuurlijke licht. Het grootste struikelblok in de jarenlange procedure om tot een nieuwbouw te komen was dan ook een ontwerp dat oud en nieuw zorgvuldig en harmonieus liet samenkomen.


In 2004 koos de jury voor Benthem Crouwel Architekten, een samenwerkingsverband van Mels Crouwel (56) en Jan Benthem (56). Hun architectenbureau is momenteel zeer veel gevraagd en bijzonder succesvol. Het tweetal heeft een groot aantal bekende projecten op zijn naam staan: gebouwen, bruggen, maar ook de aankomst- en vertrekterminals op Schiphol of de Malietoren in Den Haag en Villa Arena in Amsterdam.

Lees het hele artikel in Villa d'Arte # 4.

© Villa d'Arte 2010  | Home | Agenda | Disclaimer | Contact | Lezersacties